Bier Brouwen

Dat vreemde vlies op je bier is meestal besmetting

· 6 min leestijd

Je proeft iets vreemds in je laatste brouwsel en meteen slaat de twijfel toe. Is dit bier besmet, of hoort die smaak er gewoon bij? De meeste hobbybrouwers maken dit een paar keer mee, en de oorzaak is vaker onschuldig dan je denkt. Soms is het gewoon de gist die nog niet klaar is met zijn werk, soms is het echt een besmetting die ontstond op een moment dat je niet eens doorhad. Met een paar simpele checks weet je binnen een minuut of je het bier moet weggooien of gewoon nog even geduld moet hebben.

Dit vlies op je bier is het eerste signaal

Zie je een dun, blazig laagje bovenop je bier drijven, een pellicle, dan is de kans groot dat er wilde gisten of bacteriën zijn binnengedrongen. Dat kan gebeuren via een niet goed schoongemaakte lepel, een deksel dat niet volledig sluit, of lucht die tijdens het beluchten van je wort ongemerkt verontreinigd raakte. Een pellicle hoeft niet per se het einde van je batch te betekenen, sommige zure bierstijlen worden juist bewust zo gebrouwen, maar bij een gewone pils of ale is het een duidelijk alarmsignaal. Ruik eerst voordat je proeft: een muffe, schimmelige geur betekent vrijwel altijd weggooien, terwijl een lichte zurigheid soms nog meevalt in de uiteindelijke smaak.

Zure, azijnachtige smaak? Dit zit erachter

Smaakt je bier onverwacht zuur of bijna als azijn, dan wijst dat meestal op Lactobacillus of Acetobacter. Lactobacillus geeft een melkzure, yoghurtachtige zuurheid, terwijl Acetobacter zorgt voor een scherpe azijnsmaak die vaak samengaat met een vinnige geur zodra je de fles opent. Beide bacteriën komen binnen via zuurstofcontact na de gisting, bijvoorbeeld door een lekkende afsluiter op je gistingsvat. Rook je dit tijdens het bottelen, controleer dan meteen je afsluitingen bij het bottelen, want dezelfde zwakke plek zorgt straks ook voor knallende flessen. Een enkele melkzure toets valt bij sommige stijlen, zoals een Berliner Weisse, zelfs mee, maar in een reguliere ale of lager hoort die smaak er simpelweg niet in thuis en kun je de batch beter niet meer drinken.

Botersmaak is meestal geen besmetting

Een smaak die aan boter of toffee doet denken, komt vrijwel altijd door diacetyl en dat is goed nieuws, want dit is geen infectie maar een gistproduct dat je zelf kunt oplossen. Verhoog de temperatuur twee tot drie graden zodra de primaire gisting begint af te zwakken, meestal rond dag vijf tot zeven bij een ale, en laat het bier twee tot drie dagen op die hogere temperatuur staan. Deze diacetyl rest geeft de gist de kans om zijn eigen bijproduct op te ruimen. Diacetyl ontstaat van nature tijdens de gisting en verdwijnt bij gezonde gist bijna altijd vanzelf. Blijft de botersmaak ook na een week op hogere temperatuur hangen, dan is de kans groot dat je gist te vroeg is gaan slapen, bijvoorbeeld door een te lage gistingstemperatuur of een te oud zakje gist.

Groene appel in je bier? Geef het tijd

Ruikt of proeft je bier naar groene appel, dan heb je te maken met acetaldehyde. Dit is een tussenproduct dat de gist normaal gesproken zelf omzet naar alcohol. Heb je te vroeg gebotteld of het bier te kort laten rijpen, dan proef je dit nog. In bijna alle gevallen lost het zichzelf op als je de gist simpelweg meer tijd en wat extra warmte geeft. Pas als de smaak na twee weken nog steeds sterk aanwezig is, kun je uitsluiten dat het om een trage gisting gaat en verder zoeken naar een andere oorzaak. Een hulpmiddel dat veel brouwers vergeten: schrijf de datum van bottelen op het etiket, zodat je precies weet hoeveel rijpingstijd een bier al heeft gehad voordat je concludeert dat er iets mis is.

Pleister- of plasticsmaak komt vaak uit de kraan

Een fenolische smaak die aan pleisters, rook of plastic doet denken, ontstaat meestal doordat chloor of chlooramine uit het leidingwater reageert tijdens het brouwen. De oplossing is simpel: voeg een halve Campden-tablet (kaliummetabisulfiet) toe per twintig tot veertig liter brouwwater, een kwartier voordat je begint. Dat neutraliseert chloorverbindingen vrijwel direct. Gebruik je al een tijdje hetzelfde water zonder problemen, check dan ook je mashtemperatuur, want een verkeerde temperatuur beïnvloedt niet alleen of je bier vol of droog smaakt, maar kan ook wilde gist extra kansen geven. Sommige hobbybrouwers verwarren deze smaak trouwens met rook uit gerookte mout, dus check altijd eerst je receptuur voordat je de waterkwaliteit de schuld geeft.

Wanneer je de batch echt moet weggooien

Niet elke afwijkende smaak betekent dat je het bier moet afschrijven. Een lichte acetaldehyde-toets of een subtiele diacetyl-rand verdwijnt vaak nog in de fles. Weggooien is wel verstandig bij een sterke, aanhoudende azijngeur, bij zichtbare schimmel op het oppervlak, of als het bier na drie weken rijping nog steeds naar oplosmiddel of rot ei ruikt. Twijfel je, schenk dan een klein glaasje in en laat het een paar minuten op temperatuur komen voordat je oordeelt, veel fouten ruik je sterker bij kamertemperatuur dan ijskoud uit de koelkast.

Zo voorkom je dit de volgende keer

Negen van de tien smaakproblemen bij thuisbrouwers ontstaan op hetzelfde moment: zodra de wort onder de 60 graden komt te zitten, is alles wat ermee in aanraking komt een mogelijke besmettingsbron. Reinig je spullen eerst met een goede reiniger om eiwitten en suikerresten weg te halen, en desinfecteer daarna pas, want een vuil oppervlak houdt bacteriën vast ondanks desinfectiemiddel. Vervang rubberen afdichtingen en slangen zodra ze poreus aanvoelen, die zijn vaak de stille boosdoener in een verder brandschoon brouwsysteem. Houd daarnaast een vast schema aan voor elke batch: dezelfde volgorde van reinigen, dezelfde controlemomenten voor temperatuur, en noteer afwijkingen meteen in een brouwlogboek. Zo herken je een patroon sneller als een probleem zich een tweede keer voordoet. Twijfel je nog over een smaak, proef het bier dan nog een keer na een week extra rijping voordat je de hele batch weggooit. Vaak blijkt het probleem dat je dacht te ruiken, gewoon een kwestie van geduld te zijn geweest.

W
Geschreven door Wouter Smit Hobbybrouwer & bierkenner

Wouter begon bier brouwen in zijn studentenkamer met een kit van dertig euro en een pan die eigenlijk te klein was. Tien jaar later heeft hij een volwaardige brouwinstallatie in zijn garage en heeft hij meer dan honderd verschillende recepten uitgeprobeert. Hij schrijft met de passie van een echte bierliefhebber en de precisie van een scheikunde-nerd. Zijn droom? Een eigen microbrouwerij openen, maar eerst moet zijn vrouw nog overtuigd worden.