Zodra de eerste kerstbomen in de supermarkt staan, verschijnen ook de kerstbieren in de schappen: donker, zwaar en vol kruiden. Het voelt als een traditie die al eeuwen meegaat, bijna net zo oud als het joelfeest van de Vikingen. Toch bestaat het woord kerstbier zoals we het nu kennen nog niet eens honderddertig jaar. De echte geschiedenis is korter, grilliger en Belgischer dan je zou denken.
Het drinkfeest is eeuwenoud, de naam niet
De gedachte dat zwaar bier bij de kortste dagen van het jaar hoort, komt niet uit Belgie. Al rond het jaar 900 noemden de Vikingen hun midwinterfeest "Jul", met een stevig bier dat bij die periode werd gebrouwen. Toen het christendom die feesten overnam, bleef het drinken bestaan onder een nieuwe naam. Op Wikipedia staat dat "joeldrinken" zelfs in oude Noorse bronnen als een apart begrip voorkomt, los van het gewone drinken, en dat het feest liep van kerstavond tot Driekoningen.
Dat is dus een eeuwenoude drinktraditie, maar niet hetzelfde als de kerstbieren die nu in de winkel liggen. Die twee dingen worden vaak door elkaar gehaald, en dat is precies waarom kerstbier zo'n ouder gevoel heeft dan het verdient.
Charleroi, 1896: hier begint het echte verhaal
De bierhistoricus Roel Mulder dook in oude Belgische krantenadvertenties en vond de oudste vermelding van kerstbier terug in december 1896. Twee cafes in Charleroi, Le Cheval Arabe en Le Globe, adverteerden toen met "Christmas! Christmas!", in het Engels. Wat ze verkochten was geen Belgisch bier, maar geimporteerde Scotch ale: in 1901 was het bier van Le Cheval Arabe afkomstig van MacEwan's uit Edinburgh, in 1903 schonk een zaak in Brussel een dubbele Scotch ale van W. Younger & Co, en in 1911 verkocht een cafe in Luik een kerstbier van het Engelse Allsopp's.
Belgische brouwers zagen de kans en begonnen hun eigen versies op de markt te brengen. De Jadin-brouwerij in Dampremy verkocht in 1903 al een "triple" als "biere de Noel", en de Beaudrihaye-brouwerij in Luik lanceerde in 1907 een eigen "Canterbury Christmas". Na de Eerste Wereldoorlog werd het brouwen van Engelse bierstijlen in Belgie populair, omdat die minder investering vergden dan het Duitse lagerbrouwen. In 1934 registreerde importeur John Martin het merk Gordon X-mas, decennialang gebrouwen in Schotland en later overgenomen door brouwerij Palm. Daarmee is Gordon X-mas niet het allereerste kerstbier op het vasteland, maar wel een van de langst lopende.
Wat een kerstbier anders maakt dan een gewoon speciaalbier
Er bestaat geen officiele definitie van de stijl. Wat de meeste kerstbieren gemeen hebben, is dat ze donker en moutig zijn, een hoog alcoholpercentage hebben, en vaak kruiden als koriander, kruidnagel en nootmuskaat bevatten, een knipoog naar de Engelse gekruide "wassail"-bieren uit de kerstbierfestivals van vroeger. Historicus Mulder noemt als voorbeeld N'Ice Chouffe, dat net als veel andere kerstbieren teruggrijpt op het model van de stevige, bruine Scotch ale.
Het onderscheid tussen een "christmas ale" en een "winter warmer" is in de praktijk vooral een keuze van de brouwer zelf. Zo heb je dus ook alle ruimte om buiten de feestdagen een ander zwaar seizoensbier te proberen: wie kerstbier te machtig vindt, kan in het najaar beter beginnen met een herfstbok, die vaak net wat lichter en minder gekruid is.
Amsterdam bouwde een kerstbier van afgedankte kerstbomen
Een van de opvallendste Nederlandse kerstbieren kwam niet uit mout en hop, maar uit weggegooide kerstbomen. Brouwer Frederik Kampman van de Amsterdamse brouwerij Lowlander kwam in 2018 op het idee tijdens een hardlooprondje langs dumpplekken vol kerstbomen. Vijf jaar lang brouwde Lowlander daarmee een Winter I.P.A. op basis van sparrennaalden en jeneverbessen, inclusief een alcoholvrije versie.
Begin 2025 maakte de brouwerij bekend dat de editie van dat seizoen de laatste was, meldde NH Nieuws. Medewerker Sam Sierink legde uit waarom: "Het is geen makkelijk proces." De naalden moesten met de hand worden geoogst, drie keer gewassen en ontsmet in neutrale alcohol, en het verzamelen van de bomen zelf noemde Sierink "een logistieke uitdaging" die draaide op vrijwilligers. Ongeveer de helft van de ingezamelde bomen werd in 2024 afgekeurd, omdat ze met kunstsneeuw waren behandeld of geen wortelkluit hadden. Lowlander maakt voortaan alleen nog bieren die alcoholvrij zijn of tot 3,5 procent alcohol bevatten, met een pompoenweizen als vervanger.
Zo proef je dit jaar het verschil in de schappen
Ga je zelf op zoek naar een goed kerstbier, let dan op een paar dingen. De kleur moet donkerbruin tot robijnrood zijn, niet bleek goud: dat verraadt een echte kerstbier-stijl in plaats van een gewoon seizoensetiket op een standaardpils. Een alcoholpercentage onder de 7 procent is meestal een teken dat je een gewoon speciaalbier met een kerstplaatje te pakken hebt, geen traditioneel kerstbier.
Schenk het ook niet ijskoud. Deze bieren laten hun kruiden en moutige zoetheid het beste zien rond de 12 tot 14 graden, dus liever even uit de koelkast halen en laten opwarmen dan direct serveren. Wil je een avond maken van het proeven, nodig dan een paar vrienden uit en zet drie of vier stijlen naast elkaar: een lichte winter ale, een zware Scotch ale en iets met veel kruiden. Twijfel je hoe je zo'n avond opbouwt, dan geven deze tips voor een bierproeverij thuis een goed startpunt. Zo ontdek je zelf welke laag van de traditie, van Viking tot Charleroi tot Amsterdamse kerstboom, het best bij jouw smaak past.